Bij zorgorganisatie PSW is de participatieladder een groot succes. De tool helpt om er samen voor te zorgen dat mensen kunnen meedoen op de best passende plek. Matthijs Dagelet, regioleider Werk en Participatie Midden- en Noord-Limburg, vertelt hoe zijn organisatie vormgeeft aan Simpel Switchen.

Beeld: © Simpel Switchen

PSW is een zorgorganisatie die actief is voor mensen met een beperking op alle domeinen: zorg, wonen, Werk en Inkomen. Er wordt gewerkt vanuit de overtuiging dat iedereen mee mag doen op de best passende plek, zo regulier mogelijk. Binnen PSW is de Participatieladder ontwikkeld. Daaronder hangen producten die passen bij zorggerichte dagbesteding, arbeidsmatige dagbesteding, beschermd werken in een regulier bedrijf, werken met ondersteuning en voor sommigen betaald werken zonder ondersteuning.

Waarom hebben jullie gekozen voor de participatieladder?
“Wij vinden dat mensen met een (verstandelijke) beperking of ontwikkelingsvraag op eigen wijze richting en inhoud moeten kunnen geven aan hun leven in de maatschappij. Vanuit die visie zagen we een uitdaging: arbeidsmatige dagbesteding sloot niet altijd aan bij wat onze deelnemers wilden. Velen van hen hadden namelijk de wens om regulier te werken. Om daar invulling aan te geven, zijn we mensen, met passende tussenstappen, gaan plaatsen bij reguliere bedrijven, bijvoorbeeld via groepsgerichte werkplekken of individueel beschermd werken. Zo ontstond er een breder aanbod, met verschillende stappen tussen dagbesteding en regulier werk.”

Waarom hebben jullie dit uiteindelijk vertaald naar een participatieladder?
“Omdat we dit brede aanbod inzichtelijk wilden maken: voor deelnemers, zodat zij zien welke groeimogelijkheden er zijn, en voor bedrijven en verwijzers in onze omgeving, zodat duidelijk is wat PSW te bieden heeft. Het werkt goed, ook omdat onze ladder lijkt op de gemeentelijke participatieladder. Veel opdrachtgevers hebben er daardoor meteen een beeld bij — het schept een gemeenschappelijke taal.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?
“Als ik bij een opdrachtgever zit, gaat het gesprek vaak over de vorm van begeleiding — bijvoorbeeld werken in een trainingsteam of individuele jobcoaching. Ik heb de participatieladder dan in mijn tas zitten en pak hem er gewoon bij. Zo kan ik de route van de deelnemer concreet maken: werken in een trainingsteam is voor ons individueel beschermd werken, terwijl jobcoaching staat voor betaald of onbetaald werken met ondersteuning. Dat laat in één oogopslag zien waar iemand staat en welke vervolgstappen er zijn. Ook voor onze deelnemers zelf maakt de ladder veel duidelijk. Voor de arbeidsmatige dagbesteding hebben we de verschillende werkplekken visueel gemaakt met tekeningen. Zo kan een deelnemer zelf kiezen wat bij hem past en houdt hij regie over zijn eigen route.”

Een nadeel van een ladder is dat het lijkt dat je alleen omhoog of omlaag kan, gaf je eerder aan.
“Ja, een ladder suggereert dat je altijd een trede hoger moet, en dat hoger ook altijd beter is. Zo bedoelen wij het niet. Voor ons werkt een ladder juist twee kanten op. Hij kan omhoog gaan, maar het is net zo waardevol om een trede af te dalen als dat beter past. En het kan best zijn dat iemand de ene dag op een hogere trede staat dan de andere, dat hoort erbij en is geen mislukking. Die nuance willen we graag beter terugzien in de naam. We denken na over alternatieven als participatieroute, participatielandschap of participatiepad, termen die misschien beter uitdrukken dat het om bewegen gaat, niet om klimmen.

De participatieladder geeft werkgevers, gemeenten en deelnemers één manier om over hetzelfde te praten, ook al staan ze op verschillende posities

Welke andere uitdagingen komen jij en je collega’s bij PSW tegen?
“Wat het werken met de participatieladder ook uitdagend maakt, zijn de verschillende regelingen en hokjes die gemeenten en overheid hebben opgelegd. Er wordt vaak gesproken over 'simpel switchen', maar in de praktijk is de conclusie dat het helemaal niet zo simpel is.”

Kun je uitleggen waarom dat in de praktijk ingewikkeld is?
“Als iemand een Wlz-indicatie heeft in combinatie met een Wajong, is het niet vanzelfsprekend om betaald werk te aanvaarden. Er is namelijk een reëel risico op het verliezen van die indicatie én de uitkering. Ga je dat risico aan? En wat als iemand even een terugval heeft? Dat maakt het in de praktijk erg ingewikkeld. Daarnaast zie je bij veel gemeenten dat de samenwerking tussen de Wmo en de Participatiewet niet goed geregeld is — overstappen van de ene wet naar de andere is daardoor lastig. Gelukkig zijn er ook gemeenten die op papier een terugkeergarantie afgeven, voor zowel de indicatie als de uitkering. Dat zijn mooie stappen die navolging verdienen.”

Welke rol speelt het netwerk rondom een deelnemer?
“Een laatste uitdaging zit in het netwerk om de deelnemer heen. We zien vaak dat ouders en begeleiders zich beschermend opstellen. Dat is begrijpelijk. We willen de mensen waar we voor 'zorgen' of mee werken nu eenmaal graag beschermen. Maar daardoor trappen we - vaak onbewust - op de rem van ontwikkeling, terwijl de deelnemer er eigenlijk al klaar voor is. Daar valt veel te winnen: het netwerk zou juist een veel stimulerender rol kunnen spelen.”

Hoe makkelijker we het maken om iemand in dienst te nemen, hoe sneller bedrijven over de streep komen

Wat hebben jullie nog nodig om mensen nog beter te ondersteunen richting passend werk of participatie?
“Door projecten als Stap voor Stap van Instituut Gak en de Lerende Praktijken van Cedris, Movisie en VGN  wordt er in de samenwerking met ontwikkelbedrijven, gemeenten, UWV en zorgorganisaties bewust gekeken naar het simpel switchen van deelnemers, van dagbesteding naar werk. Je ziet dat deze projecten echt bijdragen aan die ontwikkeling, dat is heel mooi om te zien. Tegelijk kom je door diezelfde projecten erachter hoe afhankelijk het is van de gemeente waar je aan tafel zit. Sterker nog: het is soms zelfs persoonsafhankelijk. Krijgt een medewerker een nieuwe baan, dan moet je het verhaal soms helemaal opnieuw vertellen.”

Wat zou er volgens jou moeten veranderen?
“Het zou mooi zijn als er, zeker in de overlap tussen de verschillende domeinen, meer sturing komt vanuit de overheid. Het overstappen van deelnemers — zowel qua indicatie als qua uitkering — moet écht 'simpel' worden. En dat lukt alleen als er naar de lange termijn gekeken wordt.”

Welke rol zie je voor werkgevers?
“We hebben werkgevers die bereid zijn om verder te kijken dan een functieprofiel hard nodig. We zien gelukkig steeds meer bedrijven die openstaan voor maatwerk — een aangepaste werkplek, een trainingsteam, of begeleiding op de werkvloer. Maar we hebben er meer nodig, en vooral werkgevers die het volhouden als het even tegenzit. Want ontwikkeling gaat niet altijd in een rechte lijn."

Jullie noemen het trainingsteam vaak als voorbeeld. Wat maakt dat zo succesvol?
“Een echt paradepaardje van PSW Werk is in dit verband het trainingsteam. Daarmee ontlasten we bedrijven enorm. Het trainingsteam is een werkplek binnen een bedrijf waar deelnemers werken aan individuele doelen rond werknemersvaardigheden. Elke deelnemer is gekoppeld aan een co-worker van het bedrijf, en onze participatiecoach loopt op de werkvloer rond om zowel de deelnemer als de co-worker te coachen. Gemiddeld lopen er zo'n acht deelnemers tegelijk in een bedrijf rond.”

Wat is het voordeel voor werkgevers?
“Er wordt écht werk verricht, er is altijd een participatiecoach aanwezig die ondersteunt waar nodig, en de werkgever ziet vanzelf welke deelnemers geschikt zijn om uiteindelijk een contract aan te bieden. Voor ons is het een hele goede manier om meerdere deelnemers tegelijk in beeld te houden en concreet aan doelen te werken.”

Wat maakt het trainingsteam uniek?
“De kracht van het trainingsteam zit hem ook in de vermenging van doelgroepen. In één team werken mensen met een Wlz-indicatie, Wmo, Participatiewet of UWV-uitkering, naast leerlingen van VSO-scholen en statushouders. Juist die mix is uniek en laat zien dat simpel switchen niet alleen tussen wetten en regelingen moet kunnen, maar ook tussen mensen.”

Jullie werken samen met ontwikkelbedrijf De Risse en de Switchafdeling. Wat is de belangrijkste les die jullie daarvan hebben geleerd?
“Ook door de Lerende Praktijk hebben we ervaren dat wat voor ons heel normaal voelt - de samenwerking tussen een zorgorganisatie en een ontwikkelbedrijf - eigenlijk heel uniek is. Dat is misschien wel onze belangrijkste les: dat juist die combinatie de kracht is. Een zorgorganisatie kent de mens; een ontwikkelbedrijf kent het werk. Pas als je die twee bij elkaar brengt, kun je écht maatwerk leveren.”

Hoe zie je dat terug in de Switchafdeling?
“De Switchafdeling is daar een mooi voorbeeld van. De locatie van De Risse, gecombineerd met de expertise van onze participatiecoach, maakt dat we daar goed kunnen beoordelen wat een deelnemer nodig heeft in een redelijk prikkelarme omgeving die zich leent voor onderzoek en training.”

Werkt zo'n tussenstap altijd richting werk?

“Nee. Het werkt twee kanten op. Soms gaat het om de stap richting een betaalde baan, soms juist om de stap van beschut werk terug naar dagbesteding. Beide zijn waardevol, beide horen erbij.”

Wat maakt zo'n tussenstap waardevol voor deelnemers?
“Voor de deelnemer zelf is de waarde van zo'n tussenstap vooral dát het een tussenstap is. Het is geen eindstation en geen examen, het is een veilige plek waar je mag onderzoeken wat bij je past, mag oefenen, en mag terugkomen op je keuze. Die veiligheid maakt dat mensen zich daadwerkelijk durven te ontwikkelen. Zonder zo'n tussenstap zou de stap van dagbesteding naar werk voor veel mensen simpelweg te groot zijn.”

Waar liggen volgens jullie nog kansen?
“De Switch is op dit moment een vrij duur en intensief product. De vraag is dus hoe we dit zo efficiënt mogelijk kunnen vormgeven, zonder de kracht ervan te verliezen. Want we denken juist dat nog veel meer mensen baat zouden hebben bij Switch, denk aan mensen vanuit de Wlz of Wmo, of mensen die door allerlei omstandigheden thuiszitten met een uitkering en bijna geen vorm van participatie hebben. Daar liggen wat ons betreft de echte kansen.”

En bij investeren in werkgevers?

“Werkgevers hebben volgens ons vooral één ding hard nodig: een betrouwbare partner die het op de werkvloer écht waarmaakt. Wat we in Weert zien, is dat bedrijven graag willen — de wil is er, de maatschappelijke motivatie is er — maar dat ze vaak terugschrikken voor de complexiteit. "Wat als het niet werkt? Wat als iemand uitvalt? Wat als ik niet weet hoe ik moet reageren?" Dat zijn de échte vragen achter de aarzeling. Daar zit voor ons de kracht van het trainingsteam: er staat altijd iemand naast de werkgever én de werknemer. De participatiecoach loopt rond, vangt op, schaalt op als het kan en schaalt af als het moet. Daardoor durven werkgevers de stap te zetten — en, minstens zo belangrijk, durven ze hem ook vol te houden als het even tegenzit.”

Wat hebben werkgevers verder nodig?
“Wat werkgevers daarnaast nodig hebben, zijn regelingen die het ook financieel aantrekkelijk maken (loonkostensubsidie, jobcoach, no-riskpolis) en helderheid over wat er kan en mag. Hoe makkelijker we het maken om iemand in dienst te nemen, hoe sneller bedrijven over de streep komen. Hier ligt nog steeds een belangrijke rol voor gemeenten en overheid: maak het simpel, en houd het simpel.”

Wat kunnen andere organisaties en werkgevers hiervan leren?
“Allereerst de waarde van de samenwerking tussen een zorgorganisatie en een ontwikkelbedrijf. Die combinatie, de mens kennen én het werk kennen, is wat ons betreft de sleutel. Daarnaast geloof ik in de kracht van een gemeenschappelijke taal. De participatieladder geeft werkgevers, gemeenten en deelnemers één manier om over hetzelfde te praten, ook al staan ze op verschillende posities. En durf doelgroepen te mengen. Juist in de mix — Wlz, Wmo, Participatiewet, UWV, VSO, statushouders — ontstaat de ruimte voor mensen om in beweging te komen en van elkaar te leren.”