Sinds een paar jaar is er in Amersfoort extra aandacht voor Simpel Switchen: mensen laten meedoen op de best passende plek. Hoe en waarom, dat bespreken we met Martine Berendsen, afdelingsmanager Werk, Inkomen en Zorg bij de gemeente Amersfoort.

Amersfoort is van oudsher een rijke stad met een lage bijstandspopulatie. Slechts 3.400 van de 166.000 inwoners hebben een bijstandsuitkering. “Voor deze groep heeft de nadruk in beleid lang gelegen op armoederegelingen: zorgen dat mensen die weinig geld hebben, kunnen rondkomen,” vertelt Berendsen. "Het gegeven dat als je werkt, je altijd beter af bent, en ook meer mensen de kans geven om te werken, daar deden we in Amersfoort nog niet zoveel mee. Twee à drie jaar geleden, vlak nadat ik hier begon, hebben we het roer omgegooid."
Wat was de aanleiding voor die koerswijziging?
"We zagen dat we meer inwoners kansen konden bieden op de arbeidsmarkt. Talentontwikkeling, inwoners laten groeien; Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik? Om zo te komen tot een mooie invulling van je dag. Daar wilden we veel meer mee doen in onze stad en regio."
Hoe landt dat?
"Het is nog best lastig op zo’n lage bijstandspopulatie. De mensen die we willen helpen zijn mensen met een grote begeleidingsbehoefte waar we de talenten van willen ontplooien, dat zullen meer gemeenten zien, denk ik. Je hebt daarvoor goede en verschillende typen trajecten nodig: we zetten een arbeidsontwikkelbedrijf op en koppelen de werkervaringsplekken aan dagbesteding. We zijn bezig met onderwijs en certificering. We zijn daar heel actief in geworden.”
Zie je daar al resultaat van?
"Onze forse investeringen op dit gebied zie je niet meteen terug in de cijfers, dat heeft tijd nodig. De samenwerking geeft positieve energie. Het creëren van kansen voor de inwoners is een prachtig doel om samen aan te werken, veel inwoners ervaren die energie ook! We zien tegelijkertijd een heel hoge instroom van jongeren en statushouders in de bijstand. Daar gaan we intensiever op doorontwikkelen zodat we passende trajecten hebben voor deze doelgroepen."
Wat dat betreft lijkt de situatie misschien meer op waar je vandaan komt: Amsterdam?
“Wat ik het mooie vind in Amersfoort, en dat is echt anders dan in Amsterdam, is dat hier niet op targets naar betaald werk wordt gestuurd. We zullen nooit een professional als belangrijkste opdracht meegeven veel mensen uit de bijstand te krijgen. We hebben altijd gezegd: je moet mensen op de plek krijgen die het beste bij ze past. Dat hoeft geen betaald werk te zijn. Als dat niet lukt, is dat ook prima. We willen samen met de inwoner optrekken, kijken waar ontwikkeling mogelijk en wenselijk is, en we proberen te kijken of betaald werk een optie is en om anders in ieder geval iets te vinden wat bij de inwoner past.”
Jullie proberen geen waardeoordeel te geven, vertelde je eerder op de Landelijke Kennis- en Inspiratiedag van Simpel Switchen.
“Dat klopt, in Amersfoort spreken we over een participatiepad in plaats van een participatieladder.”
Kun je iets vertellen over het ontstaan van het participatiepad? Was er trouwens überhaupt een ladder in Amersfoort?
“Ja, in heel veel steden is er een ladder, dus die hadden wij ook. Je moest iemand op een trede van de ladder zetten, en in het systeem moest iedereen op een trede geregistreerd zijn. Dat werd een beetje plichtsgetrouw gedaan, maar het betekende verder niet zo heel veel. Toen ik hier begon, zijn we vrij snel overgestapt op het participatiepad, waarbij we kijken naar ontwikkeling. Niets is meer waard dan iets anders: werk is bijvoorbeeld niet meer waard dan dagbesteding.”
Zie je dat mensen heen en weer bewegen op het pad? Of blijven ze waar ze zitten?
“Er is wel degelijk beweging, gelukkig. We proberen iets, en dan redden ze het niet. Dat is heel begrijpelijk als je privé met veel uitdagingen zit, of met psychische en fysieke uitdagingen. Dan is het heel fijn als je even terug kunt, en dan misschien met minder uren toch weer door. Of als je zegt: nee, dit past niet bij mij, hier word ik heel ongelukkig van, hier word ik ziek van. Dan ga je terug op het pad. We zien dat mensen bewegen op het pad, natuurlijk blijven er ook mensen zitten waar ze zitten als ze goed zitten.”
We zien bij Simpel Switchen dat financieel inzicht belangrijk is voor mensen om in beweging te komen. Hoe is dat in Amersfoort?
“Wij zetten inderdaad ook in op financieel advies. We hebben met Divosa een training gevolgd waarin je met mensen heel goed kunt uitrekenen wat het betekent als je gaat werken. Je gaat 24 uur werken, maar wat betekent dat dan? Wat verlies je, wat houd je over, en wil je dat dan ook? Financieel gezien zie je dat mensen onzeker en angstig zijn om in een moeilijke situatie terecht te komen. Daar veel aandacht aan besteden is heel belangrijk. We gebruiken daar een tool voor die volgens mij veel gemeenten gebruiken: de rekentool van Stimulansz. Daarnaast hebben we in Amersfoort iets wat echt lokaal en uniek is: een functie die coach Rondkomen heet, een initiatief vanuit het programma Meedoen en Rondkomen. Dat zijn coaches die er ook zijn voor werkende mensen. Eigenlijk voor iedereen die het gewoon niet redt. Als je in de bijstand zit, heb je je consulent Inkomen. Maar als je niet in de bijstand zit, wie helpt je dan? Daarvoor hebben we in de wijken coaches Rondkomen, die echt kunnen helpen om uit te rekenen: kun je rondkomen? We hebben ook verschillende mogelijkheden om mensen te helpen die nu financiële hulp nodig hebben. Zo helpen we en zorgen we dat mensen wel blijven werken.”
En wat als werken toch niet lukt?
“Vrijwilligerswerk is ook werk! Wat voor ons belangrijk is, is dat áls je meedoet, je de zekerheid hebt dat je kunt rondkomen, want uiteindelijk loont werken wel. Ook al zeggen veel mensen tegen elkaar dat dat niet zo is. De coaches Rondkomen bieden daar ondersteuning bij: alle lasten op een rij zetten, alle inkomsten, en samen uitrekenen hoe het zit. En kijken of je, als je besteedbare inkomen laag is, toch nog gebruik kunt maken van regelingen. Dat doen we met de geldcheck. We zien dat de grootste drempel voor mensen toch geld is, en de angst om zonder toeslagen te zitten of geen recht meer te hebben op dingen. Daar hebben we een speciale functie voor gemaakt, om dat samen met inwoners uit te zoeken. Dat is wel uniek.”
Is het terecht dat mensen denken dat werken niet loont?
“Nee. We hebben het mensen misschien te gemakkelijk gemaakt. Een klantmanager, bij ons heet dat nu consulent Inkomen, kijkt welke regelingen je kunt krijgen. Heb je recht op bijstand? Ja. Dan krijg je geld en toeslagen. Die veiligheid maakt mensen, denk ik niet actief. Ik zeg niet dat dat verkeerd is. Ik vind het alleen ontzettend zonde als mensen hun talenten niet ontplooien. Je weet hoe goed het voor je is om zinvol vorm te geven aan je week.”
In Amersfoort is er meegedaan aan de training voor financieel experts van Divosa, iets wat vanuit Simpel Switchen is bedacht en gestart. Hoe rol je dat verder uit?
“De coaches Rondkomen zijn onderdeel van de teams Inkomen, dus van de inkomensconsulenten. Ze kunnen overal ingezet worden waar die vraag ligt, omdat vanuit Inkomen niet altijd helder is wat werk kan betekenen. Het is eigenlijk niet heel spannend. De vraag voor deze expertise zetten we ook in bij de voorlichting van inburgeraars, bij de voedselbank hebben we een vast spreekuur, we gaan een pilot draaien bij een gedeelte van ons bestand om deze dienst aan te bieden.”
Als je die dienstverlening in het kader van Simpel Switchen goed wilt doen, moet je ook samenwerken met zorgorganisaties. Hoe werk je samen met dagbesteding en ontwikkelbedrijven?
“We hebben een heel uitgebreid dagbestedingsnetwerk, en we hebben veel werkervaringsplekken. Deze waren niet met elkaar verbonden. We starten nu een samenwerking op waarbij dagbesteding arbeidsmatig kan worden en de stap naar werk onderzocht kan worden. Dat is de beweging waar we nu in zitten. We zitten daar al behoorlijk aan tafel. Amersfoort is niet zo groot, dus je hebt goed zicht op de dagbestedingsplekken en de werkervaringsplekken.”
Je vertelde eerder ook dat, toen jij begon in Amersfoort, er weinig beschut werk in Amersfoort was, of in ieder geval weinig focus op beschut werk.
“Klopt. Er werd niet op ingezet. Twee weken nadat ik begonnen was, was het zelfs in het nieuws. Beschut werk kwam op het NOS-journaal, want er was een onderzoek gedaan. Je zag welke gemeente het het meest inzette, ergens in Limburg, ik weet niet meer precies waar. En Amersfoort stond helemaal onderaan, die zette beschut werk het minst in.”
Toen dacht je: hoe kan dit?
“Ja, want ik werkte in Amsterdam. Daar deden we er alles aan om zoveel mogelijk mensen die steun te bieden, die ze heel vaak goed konden gebruiken om naar werk te gaan. We hadden een hele afdeling sociaal werk waar het alleen maar ging over beschut werk en LKS. Nou is Amsterdam natuurlijk niet te vergelijken met Amersfoort. Amersfoort zette volledig in op regulier werk en voor iedereen die daar buiten viel was er eigenlijk geen plek, omdat in het verlengde van die visie voor Amfors de keuze was gemaakt dat zij sec-SW bedrijf zouden blijven en er geen ruimte was voor nieuwe instroom. Ik vond het belangrijk deze koers te wijzigen om zo meer kansen te creëren voor inwoners die ondersteuning verdienden bij talentontwikkeling.”
Wat heb je vervolgens gedaan?
“Ik ben begonnen met gesprekken daarover. Het college had het standpunt omarmd, de regio had het omarmd, dus het had best veel voeten in de aarde om daar politiek gezien een andere koers in te krijgen. Gelukkig was mijn toenmalige nieuwe wethouder Nadya Aboyaakoub-Akkouh het roerend met mij eens. Aboyaakoub-Akkouh is juist erg gericht op talentontwikkeling en ondersteuning van mensen die dat nodig hebben, zeker ook op de arbeidsmarkt. We hebben veel gesproken in de regio en samen mooie stappen gezet in de richting van de nieuwe koers. Inmiddels zijn we bezig met het opzetten van een stevig arbeidsontwikkelbedrijf en werken we nauw samen.”
Kun je iets vertellen over de ambitie die daarbij hoort?
“Eind van het jaar willen regionaal op 75 beschutte werkplekken zitten. Voor Amersfoort gaat het om 40 plekken. We zijn nu nog niet zo ver als ik zou willen en ik weet niet of we het redden.”
Hoe zijn jullie begonnen met het realiseren van die 75 plekken?
“Deels in het ontwikkelbedrijf, maar ook bij werkgevers. We doen dat op verschillende plekken. Je hebt alle soorten en maten nodig, want het is voor iedereen anders, dus we doen het heel erg op maat. Vanaf het begin kijken we naar de ondersteuningsvraag van de inwoner.
Je noemde aan het begin van het gesprek ook loonkostensubsidie voor reguliere werkgevers waar mensen geplaatst kunnen worden. Hoe reageren werkgevers? Is daar animo voor, en is er kennis van hoe dat werkt?
“Vanuit de werkgeversdienstverlening van het Werkcentrum zijn we heel erg bezig om die kennis te vergroten. In ons regionale werkcentrum hebben we een speciale plek waar we daarover spreken en aan werkgevers uitleggen hoe dat hele systeem in elkaar zit. Daarnaast faciliteert de regio in trainingen specifiek voor werkgevers over dit onderwerp. Er zijn best wat werkgevers die er heel erg in geïnteresseerd zijn. Dat zijn vooral werkgevers die veel moeite hebben om personeel te vinden, en werkgevers met een sociale inborst die zeggen: ik wil iets betekenen. We hebben een vrij groot team jobhunters, die heel gericht en vaak samen met de kandidaat naar werkgevers gaan. We starten vanuit de kandidaat en niet vanuit de vacature. We hebben ook een pilot gedaan waarin we motiverende gesprekken met werkgevers voeren (integratief gedragsmodel), om ervoor te zorgen dat de motivatie bij werkgevers vergroot wordt kansen te bieden aan alle inwoners.”
Werkgevers geven vaak aan dat de begeleiding van collega’s op een beschutte werkplek intensief is. Hebben jullie daar een aanpak of visie op?
“We proberen werkgevers zoveel mogelijk te ondersteunen. We leveren er een jobcoach bij, die er regelmatig is en de begeleiding voor een groot deel kan overnemen in het geval van LKS”
Je bent nu drie jaar bezig in Amersfoort. Stel je voor: drie jaar verder, waar hoop je dan te staan?
“Dan hoop ik dat er een stevig arbeidsontwikkelbedrijf staat voor de regio, en een heel logische route naar loonkostensubsidie en beschut werk. En ook weer terug. Zodat we de kansen voor al onze inwoners kunnen vergroten!”