Na haar studie vindt Amaya na een tijdje zoeken een baan in haar studierichting. Ze is blij en opgelucht, maar door het uitbreken van de coronacrisis staat ze niet lang daarna plotseling weer op straat. Voor Amaya volgt een periode van intensief solliciteren.
‘Ik heb niet gelijk een uitkering aangevraagd. Ik heb overal gesolliciteerd waar het kon en op veel plekken naar binnen gelopen, en heel veel vrienden hebben me geholpen via contacten om werk voor me te vinden. En dat lukte niet. En toen kwam Corona. En toen was opeens al mijn geld op. Toen zat ik best wel krap en in paniek’
In de hoop toch nog zelf een baan te vinden, wacht Amaya tot het laatste moment om een uitkering aan te vragen. Niet zo handig, zo oordeelt ze achteraf zelf, want als ze zich eenmaal bij de gemeente meldt voor een uitkering, blijkt dat de gemeente 8-10 weken doet over het beoordelen van haar aanvraag.
‘Ik had zo lang gewacht met het doen [van een aanvraag] omdat ik dacht van: dit is echt mijn laatste redmiddel. Ik wil niet in de bijstand terechtkomen. Dus toen ik uiteindelijk met het proces was begonnen, schrok ik heel erg, want er stond dus: 8 tot 10 weken voor de bijstand. En dus nog 4 weken extra omdat ik nog geen 27 was. Dat was opeens een superlange tijd en ik dacht: hoe kan ik nog tot die tijd zonder geld doorbrengen?’
Amaya komt diep in het rood terecht en heeft inmiddels ook de nodige schulden bij vrienden en familie. Ook heeft ze in deze periode een huurachterstand opgebouwd die ze nog moet zien weg te werken. Dat Amaya nu een uitkering heeft, is voor haar een opluchting. Wel zorgt de hele ervaring ervoor dat Amaya erg bang is om haar uitkering weer kwijt te raken.
‘Ik ben opgelucht dat het nu geregeld is. Maar ook bang dat ik dingen doe waardoor ik mijn uitkering weer kan kwijtraken. Dus daar ben ik wel heel gespitst op (…). Nu ik me niet meer zo’n zorgen hoef te maken over geld heb ik weer wat meer ritme en dat ik weer zie van: ja, er zijn mogelijkheden.’