Jennifer komt oorspronkelijk van de Antillen, maar kwam op haar 25e naar Nederland om te studeren. Na een periode van werk raakte ze haar baan kwijt en moest ze een uitkering aanvragen. Jennifer schrok van hoe dit proces verliep.

‘Nou, eerst was er een hele hebben en houden wat ze wilde weten van jou. Dat was mijn eerste kennismaking met de uitkering. Ze willen je bankrekeningen, en ze willen weten waar je geld hebt, of je gordijnen hebt, of je ergens een auto hebt op je naam, werkelijk je bent een nummer. Het is niet mevrouw Stroop of Jennifer, hoe gaat? Dit en dit en dit willen we van u. En als dit en dit en dit gebeurt krijg je korting op je uitkering. En met dit en dit en dit krijg je een boete en als je dit niet kan bewijzen krijg je weer een boete. En de dreiging in brieven. Ten eerste zijn de Nederlandse brieven van de gemeente ook niet makkelijk om te lezen. Je moet een woordenboek hebben of je woordenschat moet hoog zijn. Maar het geeft een soort, het is net alsof je een vogel was en ze zetten je weer in een kooi.’

In de periode die volgde, is Jennifer verschillende keren bemiddeld naar werk. Elke keer dat dat werk stopt, moest Jennifer opnieuw het hele aanvraagproces door.

 ‘Elke keer als je weer binnen moet komen bij de gemeente, dat je weer moet doorgeven dat je weer werkt kwijt bent en dat de uitkering were moet beginnen, is het iets van UUGH, en uitleg, en gegevens, net als een klein kind van: dit mag je niet, dit mag je niet, dit mag je niet. Zo'n gevoel heb ik telkens weer. (…) Ik moet zeggen van: ik was nooit iemand met paniekaanvallen, maar ik moet zeggen met in en uit de uitkering had ik er wel behoorlijk last van. het is telkens weer dat je alles moet opgeven.’

‘Op een gegeven moment kreeg ik een baan bij Achmea, en toen kwam Corona. En toen moest ik terug in de uitkering. En op een gegeven moment had ik geen contactpersoon meer, geen accountmanager, dus alles gaat nu digitaal. En dan krijg je een brief of een mail dat je al je bankrekeningen, al les van de afgelopen maanden moet doorgeven, alles wat je hebt gedaan, loon stroken, alles, ze willen gewoon alles van je weten. En als je een beetje spaargeld hebt, dan geven ze je een maand geen uitkering. Ik heb op tijd gezegd: tegen eind maart heb ik geen geld meer, maar ik heb geld op mijn spaarrekening, want die dingen moest ik doorgeven. En ze hebben het uitgerekend dat ik dat dan wel kon gebruiken, en dan moet je een maand overbruggen. Dus je moet gewoon weer arm worden, gewoon echt arm worden, en dat vond ik wel heel triest.’