Jordy ontvangt een klein jaar een bijstandsuitkering als hij door de gemeente wordt geplaatst op een tijdelijke baan. Na vijf maanden stopt dit werk plotseling, en moet Jordy weer opnieuw een uitkering aanvragen.

 ‘Ik dacht: ze kennen me, dus dat zal deze keer wel snel geregeld zijn. Maar dat viel echt tegen. Ik moest weer het hele aanvraagproces door, weer alle formulieren invullen, bewijsstukken aanleveren. Het hele circus weer opnieuw. Ik dacht: waarom? Jullie kennen me toch al? Zoveel is er echt niet veranderd in die vijf maanden. Ik had geen loon meer, dus ik zat krap bij kas. Dus ik heb alles zo snel mogelijk ingeleverd. Maar niet dat het daarna snel was afgehandeld… Het duurde bijna twee maanden voor mijn uitkering weer opnieuw was opgestart.’

Tijdens deze twee maanden komt Jordy al snel financieel in het nauw. Het feit dat het in die twee maanden erg moeilijk is om contact te krijgen met de gemeente en er niet met hem gecommuniceerd wordt over hoe lang het proces gaat duren, bezorgt hem veel stress.

‘Toen heeft het twee maanden geduurd voordat ik mijn uitkering kreeg. Dus ik heb twee maanden zonder geld gezeten. Ze hebben gezegd dat het wel nog een poosje zou duren, maar dat ze er zo snel mogelijk mee aan de slag gingen. Ze hebben nooit gezegd hoe lang dat zou duren, ik ben er zelf telkens achteraan blijven bellen. Ik ben 16 juli gestopt met werken, 12 septemb er kreeg ik pas mijn eerste geld. Eerst iets van 700 euro en later kreeg ik met terugwerkende de laatste twee maanden totaal. Maar dan loop je wel achter de feiten aan. Want je staat in het rood.’

‘Nou kijk, als je er zoveel weer aan moet doen om je leven weer op de rit te krijgen nadat je gewerkt hebt, en als je dan aan het einde van de rit gaat uitrekenen en dat je er in principe financieel niets beter van geworden bent. Je hebt dan wel je hele ervaring , kijk op je CV staat dat mooi. Maar financieel en in mijn hoofd ben ik er niet beter van geworden, zeg maar, in mijn gedachtegang. Dan ga je op een bepaald moment denken: nou doei, dan hoef ik helemaal niet meer te werken.’