Mevrouw P. heeft een tijdje vrijwilligerswerk gedaan naast de uitkering, tot de gemeente voor haar een baan op een medisch kinderdagverblijf vindt. Mevrouw P. kan er aan de slag op een min-max contract. Het werken met zwaar autistische kinderen met gedragsproblemen is zwaar, maar mevrouw P. vindt er veel voldoening in. Mevrouw P. kan zich dan ook niet voorstellen dat ze niet zou werken: ‘thuis zitten is echt niks voor mij. Ik zou zwaar depressief worden.’
Toch is het leven in financieel opzicht wel een stuk lastiger geworden sinds mevrouw P. is gaan werken. Dat begon al in één van de eerste maanden, toen bleek dat de gemeente intern niet had doorgegeven dat mevrouw P. was gaan werken.
‘Ik kreeg die maand 600 euro loon, en de gemeente heeft toen mijn hele uitkering gestort. Ik dacht dat dat kwam door de vrijlating waarover ze hadden verteld. Maar de volgende maand gingen ze opeens twee keer loon verrekenen, en kreeg ik dus bijna geen uitkering. Maar mijn loon was die maand maar 280 euro, dus toen had ik bijna geen geld om van rond te komen’
Het kost mevrouw P. moeite om vanuit deze situatie weer grip op haar financiën te krijgen. Ze omschrijft haar financiële situatie sinds ze is gaan werken als rommelig.
‘Een uitkering is geen vetpot, maar het is wat het is. Maar zo erg is het ook niet als ik zie hoe mensen klagen. [Maar nu ik ben gaan we rken,] is het rommelig, altijd rommelig. Omdat ik verdien niet altijd hetzelfde: de ene maand 800 euro, en de maand daarna is het 500 euro. Want soms zijn de kinderen ziek, en het was echt griep van twee maanden. En we werden afgebeld. Als je kijkt naar hoeveel je hebt gekregen, dan klopt het wel: alles is in orde. Maar die ups en downs.’